4. Stimuleer energiebesparing in bedrijven

Om het concurrentievermogen van onze industrie te versterken, is het ook hier cruciaal om zoveel mogelijk energie te besparen. In tegenstelling tot de globale energieprijzen waar we geen vat op hebben, hebben we wel controle over ons eigen energiegebruik.

4.1. Stel een afgestemde set ondersteuningsmechanismen samen

Rendabele investeringen in energiebesparing blijven ondanks haalbare terugverdientijden onuitgevoerd. Meer financiële ruimte kan ervoor zorgen dat dergelijke investeringen hoger op de prioriteitenlijst komen te staan. Het hiervoor essentiële budget kan de overheid vrijmaken door innovatieve ondersteuningsmechanismen, zoals groene leningen en derde partijfinanciering. De overheid kan de werking van dergelijke mechanismen stimuleren door de haalbaarheid van het energiebesparingspotentieel te garanderen of de werking van een Energy Performance Contract.

Ook klassieke financiële ondersteuningsmechanismen (subsidies, premies, fiscale maatregelen, enzovoort) zijn van toepassing en moeten zich richten op structurele innovatie en voorlopers. Een uitdoofbeleid of verstrengingstraject voor het financieel ondersteuningsbeleid voorziet zekerheid voor de investeerder. Om klassieke financiering goed af te stemmen op de realiteit en oversubsidiëring te voorkomen, moet de rendabiliteit van de investering in acht worden genomen. Een deel van de middelen voor de klassieke ondersteuning kan voortvloeien uit de inkomsten uit veiling van rechten uit het Europees emissiehandelssysteem.

4.2. Geef meer aandacht aan KMO's

Energiebesparing binnen kmo’s moet meer aandacht krijgen. Energie en de besparing ervan, behoort zelden tot de kerntaak van deze ondernemingen en dat vormt nog te vaak een drempel. Toch kan deze groep nog veel energie besparen. Daarom verdient hij dus extra aandacht door afgestemde sensibilisering- en informatiecampagnes, meer visibiliteit voor zowel de onderneming als genomen maatregelen, expert-advies en alternatieve financiële stimuli. Zeker bij deze doelgroep is het van belang om structurele ondersteuning te voorzien in de opvolging van audits en projecten.

4.3. Verzeker het omzetten van energieaudits in maatregelen

Energieaudits zijn het uitgelezen instrument om het energiebesparingspotentieel in kaart te brengen. Laat ze daarom regelmatig uitvoeren op een kwaliteitsvolle en onafhankelijke wijze, door een externe partij met kennis van zaken. Een energieaudit moet resulteren in concrete maatregelen. Koppel de steun voor een audit daarom best aan de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Zet in op een energiebeheersysteem, met een gestructureerde visie en aandacht voor een systeemaanpak wat leidt tot continue verbetering (zo kan de koppeling tussen ISO 50001 certificering met bepaalde incentives leiden tot verbeteringen van efficiëntie).

4.4. Voorzie energiebeleidsovereenkomsten van een duidelijk resultaat

Energiebeleidsovereenkomsten met de industrie hebben nood aan een duidelijk kwantificeerbare resultaatsverbintenis. Zo kan de beleidsmaker de vinger aan de pols houden en waar nodig inspanningen aanmoedigen en bijsturen. Evaluatie maakt duidelijk welke resultaten toe te schrijven zijn aan de overeenkomsten en welke steunmaatregelen geschikt zijn en overeenkomen met de geleverde inspanningen. Dergelijke steunmaatregelen moeten energiebesparing stimuleren en niet, zoals accijnsverlaging op brandstof, tegenwerken.

4.5. Verscherp het ambitieniveau van het energiebesluit

Om het energiebesparingspotentieel optimaal te ontsluiten mag het energiebesparingsbeleid voor onze ondernemingen niet enkel vrijblijvend zijn. Het is daarom van belang dat verplichtende ambitieuze maatregelen hardnekkige drempels wegwerken. De groep van ondernemingen die verplicht worden om een vierjarig energieplan op te stellen en rendabele maatregelen uit te voeren, moet de overheid uitbreiden. Daarnaast moet ze de ondergrens voor rendabele maatregelen op een continue wijze objectief evalueren en waar nodig de interne-opbrengstvoet (IRR) aanscherpen. Een absolute waarde voor het bepalen van de IRR is niet de aangewezen methode, omdat ze de financieel-economische situatie (bijvoorbeeld de OLO op 10 jaar) niet volgt.